Evenementen

Adriaan van Dis onderzoekt: hoe schrijf je een goede biografie?

podium1
(V.l.n.r.) Biografen Maaike Meijer, Mirjam van Hengel en Aleid Truijens in gesprek met auteur Adriaan van Dis.

“Dames en heren, ik moet u iets bekennen”, meldt schrijver Adriaan van Dis zijn publiek in het Haagse Literatuurmuseum. “Op de site stond dat ik vandaag geheimen ga ontfutselen, maar dat was een lokkertje, sorry. U krijgt bijvoorbeeld écht niet te horen dat Hella S. Haasse eigenlijk lesbisch was. Wat ik wel ga doen? Ik ga in gesprek met de biografen van auteurs Fritzi Harmsen van Beek, Remco Campert en Hella S. Haasse. Ik wil namelijk weten hoe je een goede biografie schrijft.”

Met die woorden begint gesprekleider Adriaan van Dis ‘zijn’ middag: Adriaan van Dis presenteert: Biograaf aan het werk. Omdat biografieën tegenwoordig enorm geliefd zijn, biedt Van Dis het publiek een interessant kijkje in het werk van drie Nederlandse biografen. Journalist en auteur Aleid Truijens is de eerste die door hem wordt voorgesteld. Truijens schreef ondermeer de biografie Geluk kun je alleen schilderen over F.B. Hotz. Momenteel werkt zij aan een biografie over Hella S. Haasse. Ook auteur en programmamaker Mirjam van Hengel is aanwezig. In 2014 verscheen haar biografie Hoe mooi alles: Leo en Tineke Vroman, een liefde in oorlogstijd. Nu werkt zij aan een biografie over Remco Campert. Tenslotte is ook Neerlandica en literatuurwetenschapper Maaike Meijer uitgenodigd. Zij werkte zes jaar aan M. Vasalis, een biografie en is op dit moment bezig met een biografie over F. Harmsen van Beek.

Waar moet je beginnen?
Nadat de spot is aangezet, valt het op dat Van Dis staat te popelen om de dames zijn vragen te stellen. Hij maakt enthousiaste handgebaren en steekt na de voorstelronde direct van wal. Het schrijven van een biografie lijkt Van Dis ‘het moeilijkste wat er is’. “Je hebt namelijk bergen materiaal waar je je aan moet houden. Waar begin je mee als biograaf?”, vraagt hij zich af. Voor zowel Aleid Truijens en Maaike Meijer begon hun onderzoek naar hun gebiografeerden in het Literatuurmuseum. “Ik heb hier ongeveer 120 dozen met informatie over Hella S. Haasse mogen doorvlooien”, zegt Truijens enthousiast. Voor Meijer waren er iets minder dozen beschikbaar: 35. Maar daaruit kon ze veel interessante informatie halen. Voor Mirjam van Hengel was het een stuk lastiger, want voor haar waren er ‘geen bergen informatie beschikbaar.’ Dat komt omdat er in de loop der jaren veel materiaal over Remco Campert verloren is gegaan. Zij beroept zich daarom onder andere op Campert zelf – die overigens in de zaal van het museum op de eerste rij zit – zijn dochters en eerder verschenen publicaties van en over de schrijver.

Muziek
De middag krijgt een speciale touch door de muzikale omlijsting van zanger Frans van Deursen en zijn band. Van Deursen liet door componisten als Spinvis, Michiel Borstlap en Paul de Munnik de gedichten van Leo Vroman op muziek zetten. In het Literatuurmuseum brengt Van Deursen deze prachtig ten gehore.

Fictie versus non-fictie
Waar Campert-biograaf Mirjam van Hengel gedurende de middag vooral nadruk op wil leggen, is dat de bewering van Van Dis – dat je je als biograaf moet houden aan alle bergen informatie – onjuist is. “Zo schreef Campert een column die hij eindigde met de zin: “Zelf ben ik van mening dat een biografie behoort tot het nobele genre van de fictie.” Dat heeft mij als biograaf aan het denken gezet en mij doen realiseren: er bestaan geen wetten die bepalen of je je wel of niet aan het materiaal moet houden”, aldus Van Hengel. “Er wordt inderdaad vaak gezegd dat een biografie fictie is, maar dat is niet helemaal waar”, reageert Maaike Meijer daarop. “Er zijn wel degelijk bronnen waarop je je als biograaf beroept; in mijn geval waren dat die 35 verhuisdozen. Daarentegen wordt het verhaal over de gebiografeerde wel altijd ‘geweven’. Maar dat doe je met je eigen leven ook. Het verhaal dat je over je eigen leven vertelt, is in zekere zin ook fictie. Je vertelt jouw levensverhaal op het moment dat je dat verhaal interessant vindt en je het nodig hebt omdat het je verder helpt. De waarheid bestaat in zekere zin dus niet. Het is de waarheid van het nu.”

“Je moet de pijnpunten laten zien”
Het regent die middag interessante vragen en antwoorden, maar wanneer Van Dis de vraag stelt of je je als biograaf aan morele grenzen moet houden, blijft het even stil. F. Harmsen van Beek-biograaf Maaike Meijer schenkt een glaasje water in en antwoordt vervolgens als eerste: “Ja. Soms heeft een persoon heel nare dingen meegemaakt en nog niet goed verwerkt. Hij of zij kan het dan niet aan als dat ineens in een boek staat.” “Wat doe je dan?”, wil Van Dis weten. Meijer: “Dan praat je daar samen over en probeer je de grenzen te verleggen. Maar soms denk ik: ‘Waarom zou dat eigenlijk moeten?’ Ik vind het belangrijker dat de biografie draait om de kunst die iemand heeft gemaakt. Een naar verhaal hoeft helemaal niet wezenlijk te zijn voor het vertellen van het verhaal over de kunst an sich.” De andere biografen knikken instemmend. Mirjam van Hengel voegt daar nog aan toe: “Je hoeft inderdaad niet alles op te nemen, maar bij échte pijnpunten moet je wel laten zien: dit ligt er, maar ik kom als biograaf niet verder. Daar moet je eerlijk over zijn.”

Techniek
De middag start ietwat rommelig, omdat twee van de vier microfoons niet goed werken. Ook die van Adriaan van Dis laat het afweten. Van Dis heeft echter de lachers op zijn hand als hij meldt wat hiervan de oorzaak is: “Ik ben de Uri Geller van de techniek, dames en heren. Als ik iets aanraak, gaat het vanzelf kapot!”

“Ze vinden het nu wel goed dat ik het openbaar maak”
Hoewel Aleid Truijens de opmerkingen van haar collega-biografen ter harte neemt, heeft zij volgens Van Dis wel een soort grens overschreden. Zij citeert in haar Haasse-biografie namelijk zeer persoonlijke brieven van Jan van Lelyveld, de man van Hella S. Haasse. Jan schreef zijn vrouw: “Nooit zal een ander onze brieven lezen, ze zijn voor jou alleen.” “Ja, daar ga je dan… Maar ik maak dan de afweging: ze vinden het nu wel goed dat ik dit doe”, antwoordt Truijens, waarna er in de zaal een gelach opstijgt. “In mijn biografie over Hotz heb ik het op een andere manier aangepakt”, gaat ze verder. “Hotz heeft bijvoorbeeld nooit gepraat over het feit dat zijn ex-vrouw zijn beste vriend heeft vermoord. Een verschrikkelijke gebeurtenis, maar dit was voor hem dé reden om te gaan schrijven. Als biograaf kon ik daar niet omheen. Ik heb toen de beschikbare dossiers over de moord doorgenomen en daaruit de informatie gehaald die ik nodig had.” Mirjam van Hengel voegt daar aan toe: “Beroemde schrijvers weten dat er misschien ooit iemand zal zijn die een biografie over hen schrijft. Bepaalde notities worden daarom niet vernietigd. Ik had dat bijvoorbeeld met de seksueel getinte brieven die Tineke en Leo Vroman elkaar schreven. Zij hadden die weg kunnen gooien. Maar ergens zat er bij hen een soort moeilijk te duiden verlangen dat iemand daar ooit iets zinnigs over zou kunnen zeggen.”

Wat kun je als biograaf écht niet maken?
Wat Van Dis tenslotte nog wil weten, is of er volgens de dames dingen zijn die absoluut not done zijn voor een biograaf. De dames zijn alle drie van mening dat je je eigen emoties buiten beschouwing moet laten. “Je moet daarnaast ook goed kunnen schrijven, want je schrijft over een schrijver”, lacht Mirjam van Hengel. “Ook moet je niet denken dat je als biograaf een compleet objectief verhaal vertelt. Dat is een soort misplaatste arrogantie.” “Je mag ook absoluut geen zaken verzinnen. Dan krijg je een raar soort mislukte roman” voegt Aleid Truijens daar nog aan toe. “En heel belangrijk: je moet niet denken dat je iemands plaatsvervanger op aarde bent. Je moet je die persoon niet te veel toe-eigenen; je moet afstand houden. Als biograaf maak je een verhalend mozaïek dat je de lezer aanbiedt. Verder dan dat, gaat het niet.”

Adriaan van Dis presenteert: Biograaf aan het werk, 23 april 2017, Literatuurmuseum, Den Haag. 

metvandis2
Na afloop was er in de foyer een gezellige borrel, waar ik kort met Van Dis heb gesproken. And last but not least: ik raad iedereen aan om eens een kijkje te nemen bij het Literatuurmuseum. Je vindt hier prachtige literaire schatten en je kunt heerlijk dwalen langs schrijvers en verhalen.
Advertenties

2 gedachten over “Adriaan van Dis onderzoekt: hoe schrijf je een goede biografie?

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s